ECLI:NL:RBDHA:2018:12872
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Moeder niet-ontvankelijk in verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap wegens ontbreken wettelijk vertegenwoordigerschap
De moeder heeft namens haar minderjarige kind een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. De rechtbank oordeelt dat de moeder niet-ontvankelijk is omdat zij niet de wettelijk vertegenwoordigster is van het kind; volgens de Marokkaanse Familiewet is de meerderjarige vader de wettelijk vertegenwoordiger.
De rechtbank stelt vast dat de vader juridisch vader is volgens zowel Marokkaans als Nederlands recht en dat het verzoek niet leidt tot een verandering in de persoonlijke staat van het kind. De moeder is daarom niet gerechtigd namens het kind op te treden. De bijzondere curator, die was benoemd om het kind te vertegenwoordigen, wordt ontslagen omdat haar vertegenwoordiging niet langer nodig is.
De rechtbank ontleent rechtsmacht aan artikel 9 sub b Rv Pro omdat een procedure tot vaderschapsvaststelling in Marokko niet mogelijk is. De moeder verschijnt niet ter zitting, noch de vader, maar de bijzondere curator wel. De moeder handhaaft het verzoek ondanks het ontbreken van wettelijk vertegenwoordigerschap. De rechtbank wijst het verzoek af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap omdat zij niet de wettelijk vertegenwoordigster is van het kind.