ECLI:NL:RBDHA:2018:13031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid met meer dan 65% maatmanloon
Eiser meldde zich in 2012 ziek vanwege fysieke klachten en kreeg verschillende uitkeringen, waaronder Ziektewet (ZW) en Werkloosheidswet (WW). Na medische beoordelingen werd vastgesteld dat eiser geschikt was voor andere functies dan zijn eigen werk, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid onder de 35% werd ingeschat. In december 2017 werd de ZW-uitkering ingetrokken omdat eiser volgens de verzekeringsarts geschikt was voor functies die hem in staat stellen meer dan 65% van zijn maatmanloon te verdienen.
Eiser voerde aan dat zijn fysieke en psychische klachten zwaarder wogen dan erkend en dat de geduide functies zijn belastbaarheid overschreden. Hij bracht medische rapporten in, waaronder van een bedrijfs- en verzekeringsarts, die meer beperkingen aannam. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) voerde echter aan dat deze rapporten niet objectief onderbouwd waren en dat de beperkingen niet verder hoefden te worden aangepast.
De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd, dat de verzekeringsarts b&b zijn standpunten goed had gemotiveerd en dat de FML van maart 2018 een juist beeld gaf van de beperkingen van eiser. De rechtbank vond geen reden om aan het oordeel te twijfelen en wees het beroep af. De ZW-uitkering werd terecht ingetrokken per 29 december 2017.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de Ziektewet-uitkering omdat eiser geschikt is voor functies waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmanloon kan verdienen.