ECLI:NL:RBDHA:2018:13038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Afghanistan wegens ontbreken 15c-situatie en medische noodzaak
Eiser, een Hazara geboren in 1999 met Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Iran discriminatie ondervond en in Afghanistan als Hazara gevaar loopt. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een gegronde rechtsgrond, waaronder het ontbreken van een artikel 15c-situatie in Afghanistan.
De rechtbank overwoog dat ondanks de ernstige situatie in Afghanistan, de veiligheidssituatie sinds eerdere uitspraken niet zodanig is verslechterd dat sprake is van een artikel 15c-situatie. De Hazara in Ghazni worden niet als kwetsbare minderheidsgroep aangemerkt omdat zij niet duidelijk in de minderheid zijn. Ook is het reizen binnen Afghanistan naar Ghazni niet onveilig geacht.
Medische stukken toonden een ontwikkelingsstoornis en psychische problematiek bij eiser, maar het Bureau Medische Advisering concludeerde dat geen medische noodsituatie op korte termijn bestaat en dat eiser in staat is te reizen. De rechtbank achtte het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk en verwierp het beroep op artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.