ECLI:NL:RBDHA:2018:13566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband bij nareis
Eiseres, staatloos en echtgenote van een asielvergunninghouder, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet feitelijk tot het gezin van referent behoorde bij diens binnenkomst in Nederland, mede vanwege een door referent ondertekende ongehuwdverklaring.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht niet is meegegaan in de stelling van referent dat hij in het geheim was getrouwd, mede gezien tegenstrijdige verklaringen over het huwelijk en samenwoning. Het feit dat het samenwoningsvereiste is vervallen, leidt niet tot toewijzing omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk is gemaakt.
Ook is geen schending van de hoorplicht vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.