ECLI:NL:RBDHA:2018:1371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen en veilige terugkeer Afghanistan
Eiser, een Afghaanse staatsburger, diende een herhaalde asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag definitief was afgewezen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eiser stelde dat zijn vader door de Mujahideen was vermoord en dat de situatie in Afghanistan, met name in Kandahar, ernstig verslechterd was, waardoor terugkeer onveilig zou zijn.
De rechtbank toetste het besluit aan de hand van de relevante wet- en regelgeving en jurisprudentie. Zij oordeelde dat de door eiser aangevoerde omstandigheden en documenten geen nieuwe feiten of bevindingen bevatten die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaruit bleek dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig verslechterd is dat terugkeer per definitie onveilig is.
Daarmee concludeerde de rechtbank dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib en griffier A. Nobel op 7 februari 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.