ECLI:NL:RBDHA:2018:13726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling wegens ontbreken mvv en geen medische noodsituatie
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, vroeg een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de vrijstellingsgronden, waaronder een medische noodsituatie.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat eiser lijdt aan een chronische longaandoening en andere klachten, maar dat er geen acute medische noodsituatie op korte termijn is en dat adequate behandeling beschikbaar is in Marokko. Eiser voerde onder meer aan dat het BMA-advies onvolledig was en dat hij niet kon reizen vanwege zijn gezondheid, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging conform artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig had gemaakt en dat eiser onvoldoende had aangetoond dat zijn privéleven in Nederland zodanig was dat uitzetting onrechtmatig zou zijn. Ook de hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser had geen recht op hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor medische behandeling is ongegrond verklaard.