Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2018 in de zaak tussen
[naam 1] , eiser, en [naam 2] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van verweerder van 28 juli 2017 (de bestreden besluiten).
Overwegingen
Tot slot acht verweerder de verklaringen van eisers over de problemen met de Basidj niet geloofwaardig. Verweerder concludeert daarom dat eisers in Iran geen gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade. Subsidiair heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eisers een vestigingsalternatief hebben in Bagdad, Irak.
De rechtbank oordeelt als volgt.