ECLI:NL:RBDHA:2018:13886
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring en beëindiging verblijfsrecht wegens ernstige bedreiging samenleving
Eiser, een Poolse staatsburger, is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ongewenst verklaard en zijn verblijfsrecht op grond van het unierecht beëindigd vanwege een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Dit besluit is gebaseerd op een onherroepelijk vonnis waarbij eiser is veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar, mede vanwege een lange reeks eerdere veroordelingen voor onder meer gewelds- en vermogensdelicten.
Eiser betoogt dat de ISD-maatregel met hulpaanbod gericht is op gedragsverandering en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn sociale en economische bindingen in Nederland, waardoor de hoorplicht, het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel zijn geschonden en het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een ernstige bedreiging vormt, mede vanwege het ontbreken van gedragsverbetering en de problematische verslavingsproblematiek.
De rechtbank stelt dat het bezwaar tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk is zolang de ongewenstverklaring voortduurt. Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt eiser vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers op 5 november 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaard.