ECLI:NL:RBDHA:2018:13929
Rechtbank Den Haag
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid kerkelijk huwelijk Eritrea en bewijsvoering bij echtscheidingsverzoek
De rechtbank Den Haag behandelt een verzoek tot echtscheiding van een vrouw met Eritrese nationaliteit, die stelt dat zij en de man een kerkelijk huwelijk in Eritrea zijn aangegaan dat niet in de Kebabi is geregistreerd. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Raad van State die bevestigt dat registratie in de Kebabi niet vereist is voor de rechtsgeldigheid van een kerkelijk huwelijk in Eritrea.
Hoewel het huwelijk niet geregistreerd is, leidt dit niet tot de conclusie dat het huwelijk niet rechtsgeldig is. De rechtbank stelt echter dat bewijs van het huwelijk, zoals een afschrift van de kerkelijke huwelijksakte, nog moet worden vastgesteld volgens artikel 815 lid 6 Rv Pro. Dit bewijs is nog niet ter zitting besproken.
De rechtbank wijst erop dat de bewijsvraag bij een echtscheidingsverzoek anders kan zijn dan in andere procedures. Daarom worden partijen opgeroepen voor een nader te bepalen zitting waarin ook een procedure over het vaderschap van het minderjarige kind gezamenlijk zal worden behandeld.
De rechtbank houdt verdere beslissingen over echtscheiding en gezag aan en zal de zaak op een later moment inhoudelijk behandelen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over echtscheiding en gezag aan en roept partijen op voor een nadere zitting over bewijs van het huwelijk.