ECLI:NL:RVS:2018:1509
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldigheid Eritrees kerkelijk huwelijk in MVV-aanvraag
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat zij geen officiële documenten overlegde om haar identiteit en gezinsband aan te tonen. Hoewel zij een doopakte en kerkelijke huwelijksakte overlegde, achtte de staatssecretaris deze onvoldoende bewijs voor een rechtsgeldig huwelijk, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over de gezinsband.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het huwelijk niet rechtsgeldig zou zijn. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij de vreemdeling niet heeft verplicht alsnog officiële documenten te overleggen, maar dat de overgelegde kerkelijke huwelijksakte onvoldoende bewijs vormt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris terecht het huwelijk niet aannemelijk achtte, mede vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van bewijs van inschrijving bij de burgerlijke stand. Het gewijzigde beoordelingskader van de staatssecretaris, waarbij onofficiële documenten ook worden betrokken, is niet onredelijk. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het huwelijk is onvoldoende aannemelijk gemaakt.