ECLI:NL:RBDHA:2018:13946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel met Griekenland
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende vreemdeling, heeft in Griekenland internationale bescherming gekregen en vervolgens in Nederland een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.
Eiser voerde aan dat de situatie voor statushouders in Griekenland schrijnend is, met gebrek aan werk, huisvesting en sociale voorzieningen, en dat Nederland daarom niet zonder meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Tevens stelde hij dat zijn psychische situatie onvoldoende werd meegenomen en dat de behandeling van het beroep aangehouden moest worden vanwege lopende prejudiciële vragen.
De rechtbank overwoog dat de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Griekenland, ondanks de moeilijke omstandigheden. Eiser heeft onvoldoende aangetoond dat hij in Griekenland geen adequate bescherming of medische zorg kan krijgen. Ook was geen reden om de behandeling van het beroep aan te houden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.