ECLI:NL:RBDHA:2018:13978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek behandeling asielaanvraag ondanks bezwaren tegen Duitse procedure
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en voerde aan dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen voldoet, onder meer door het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand en tolkdiensten, en slechte opvang.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en oordeelde dat het Duitse systeem van rechtsbijstand en beroepsmogelijkheden in overeenstemming is met de EU Procedurerichtlijn en het Handvest van de Grondrechten. De enkele stelling van eiser over onvoldoende tolk- en vertaaldiensten en slechte behandeling was onvoldoende onderbouwd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag blijft buiten behandeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft buiten behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is.