ECLI:NL:RBDHA:2018:14085
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen van getuigen in strafrechtelijk onderzoek MEI-regeling
De verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing door de rechter-commissaris van zijn verzoek om drie getuigen te horen in een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden bij de uitvoering van de MEI-subsidieregeling.
De rechtbank heeft het bezwaarschrift behandeld en geoordeeld dat niet elke onderzoekswens moet worden toegewezen wanneer niet duidelijk is of het zal bijdragen aan een beslissing in de zaak. De verdediging kon geen concreet aanknopingspunt bieden voor de gestelde vormverzuimen of onrechtmatigheden.
Het dossier toont aan dat het strafrechtelijk onderzoek is gestart na een reguliere controle door de NVWA en dat er geen aanwijzingen zijn dat het onderzoek onrechtmatig is geweest of dat opsporingsbevoegdheden zonder grondslag zijn ingezet.
De rechtbank concludeert dat de rechter-commissaris de verzoeken tot het horen van de getuigen terecht heeft afgewezen omdat het horen van deze getuigen niet kan bijdragen aan de door de rechtbank te nemen beslissing.
Het bezwaarschrift wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot het horen van de getuigen wordt afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot het horen van de getuigen wordt afgewezen.