ECLI:NL:RBDHA:2018:14204
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens openbare orde en toepassing glijdende schaal
Eiser, geboren in Nederland en houder van de Marokkaanse nationaliteit, had sinds 2000 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Na meerdere onherroepelijke veroordelingen voor zware misdrijven heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verblijfsvergunning ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was, dat de Gezinsherenigingsrichtlijn van toepassing was en dat de belangenafweging niet zorgvuldig was gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht was gebaseerd op artikel 19 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij de glijdende schaal van toepassing is vanwege de aard en herhaling van de misdrijven. De Gezinsherenigingsrichtlijn was niet van toepassing omdat eiser een autonome verblijfstitel had en geen gezinslid meer was in de zin van de richtlijn.
Verder stelde de rechtbank vast dat de belangenafweging met betrekking tot artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig was gemaakt en dat het algemeen belang van de Nederlandse samenleving zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.