ECLI:NL:RVS:2018:1738
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over motiveringsvereisten intrekking verblijfsvergunning gezinslid wegens openbare orde
De zaak betreft een vreemdeling van Indiase nationaliteit die sinds 2009 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd had onder de beperking verblijf bij partner. Na een veroordeling in Zwitserland in 2012 wegens betrokkenheid bij drugssmokkel, heeft de staatssecretaris in 2015 de verblijfsvergunning ingetrokken en verlenging afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde. De vreemdeling betwistte dit en stelde beroep in, waarbij de rechtbank het besluit deels vernietigde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt het hoger beroep en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van artikel 6, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Centraal staat of voor intrekking of weigering van verlenging van een verblijfstitel wegens openbare orde vereist is dat wordt gemotiveerd dat het persoonlijke gedrag van het gezinslid een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De staatssecretaris voert aan dat een ruime beoordelingsmarge geldt en dat toepassing van de nationale 'glijdende schaal' met een belangenafweging volgens Boultif- en Üner-criteria voldoende is. De Afdeling oordeelt voorlopig dat strikte motivering vereist is en dat de staatssecretaris moet aantonen dat het persoonlijke gedrag daadwerkelijk en ernstig bedreigend is. Omdat de Afdeling hierover niet met zekerheid kan oordelen, wordt de behandeling geschorst en worden prejudiciële vragen gesteld.
De Afdeling benadrukt dat de Gezinsherenigingsrichtlijn het belang van gezinshereniging beschermt en afwijkingen daarvan strikt moeten worden uitgelegd. De jurisprudentie van het Hof en het EHRM wordt betrokken bij de uitleg van het begrip openbare orde, waarbij een daadwerkelijke en ernstige bedreiging vereist is. De behandeling van het hoger beroep wordt aangehouden totdat het Hof uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: Behandeling hoger beroep geschorst en prejudiciële vragen gesteld over motiveringsvereisten intrekking verblijfsvergunning wegens openbare orde.