ECLI:NL:RBDHA:2018:14206
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens onvoldoende motivering over situatie in Italië
Eiser, een asielzoeker van Gambiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, weigerde de aanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 30 lid 1 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling.
Eiser stelde dat de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Italië ernstige tekortkomingen vertonen, strijdig met artikelen 3 en 13 EVRM. De rechtbank overwoog dat Italië als EU-lidstaat in principe adequaat opvang biedt en Nederland op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag steunen. Echter, recente wetswijzigingen in Italië beperken de toegang tot kwetsbare opvanglocaties, wat ook gevolgen kan hebben voor andere opvangvoorzieningen. Verweerder had dit onvoldoende gemotiveerd onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat er geen ernstige structurele tekortkomingen zijn in Italië. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank direct uitspraak deed. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de asielaanvraag en draagt op tot hernieuwde besluitvorming binnen vier weken.