ECLI:NL:RBDHA:2018:14328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse alleenstaande minderjarige vluchteling wegens ontbreken reëel risico
Eiseres, een Afghaanse alleenstaande minderjarige vluchteling van Yezidische afkomst, diende een asielaanvraag in na te zijn gevlucht uit haar dorp nabij Sinjar vanwege aanvallen van IS in 2014. Na verblijf in een vluchtelingenkamp nabij Duhok werden haar omstandigheden beoordeeld.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat IS sinds oktober 2017 uit Sinjar is verdreven en eiseres geen recente persoonlijke problemen had ondervonden. Eiseres voerde aan dat er nog steeds een reëel risico bestond, onderbouwd met ambtsberichten en rapporten over de situatie van Yezidi’s in Irak.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van IS-controle in Sinjar sinds 2017 en het ontbreken van concrete bedreigingen aan het adres van eiseres het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bevestigen. Ook de situatie in het vluchtelingenkamp en de regionale spanningen boden onvoldoende grond voor bescherming.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.