ECLI:NL:RBDHA:2018:14341
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De eiser betwistte de overdracht aan Italië, stellende dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, met name op het gebied van opvang en medische zorg.
De rechtbank oordeelde dat Italië gehouden is de aanvraag te behandelen conform de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn. De enkele verwijzing van eiser naar incidentele gevallen van onvoldoende opvang is onvoldoende om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook zijn de medische klachten van eiser niet voldoende onderbouwd om aanvullende garanties te eisen of Nederland als meest aangewezen land aan te merken.
Het door eiser genoemde decreet dat de opvang in SPRAR-locaties beperkt, is niet aannemelijk gemaakt als persoonlijk nadelig voor hem. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.