ECLI:NL:RBDHA:2018:14567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier wegens niet gemelde wijzigingen en frauduleus handelen
Eisers, beiden met Thaise nationaliteit, ontvingen in januari 2016 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf bij familie. Verweerder trok deze vergunningen in omdat eisers niet hadden gemeld dat de arbeidsovereenkomst van de referent was beëindigd en dat er extra inkomsten waren via een opting-in regeling. Deze gegevens hadden geleid tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsovereenkomst uiterlijk eind december 2015 is beëindigd en dat eisers dit hadden moeten melden. Ook het niet melden van extra inkomsten via opting-in wordt als frauduleus handelen beoordeeld, omdat verweerder hierdoor geen volledige beoordeling kon maken.
Eisers voerden aan dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond was verklaard en dat zij niet gehoord waren, maar de rechtbank oordeelt dat het horen niet verplicht was gezien de duidelijke gronden. Het verzoek om aanhouding in afwachting van prejudiciële vragen wordt afgewezen omdat deze niet relevant zijn voor dit specifieke feitencomplex.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib op 5 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.