ECLI:NL:RVS:2018:727
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onjuiste gegevens
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 9 februari 2016 de verblijfsvergunning van de vreemdeling in en vaardigde een inreisverbod uit wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over de arbeidsovereenkomst van de referent. De rechtbank had dit besluit vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vreemdeling niet kon worden verweten dat zij vóór 6 november 2014 geen melding maakte van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de referent. De Afdeling stelt dat het op de weg van de vreemdeling lag om openheid van zaken te geven over de onzekere inkomenspositie van de referent.
Verder faalt het beroep van de vreemdeling dat de intrekking en het inreisverbod in strijd zouden zijn met artikel 8 EVRM Pro, omdat bij bekendheid met de juiste gegevens de vergunning niet zou zijn verleend. Ook andere beroepsgronden, waaronder het niet in acht nemen van de hoorplicht, worden verworpen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.