ECLI:NL:RBDHA:2018:14591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een meerderjarige alleenstaande man met de Gambiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder asielaanvragen in Italië, Oostenrijk en Duitsland had ingediend. Italië werd als verantwoordelijke lidstaat aangewezen op grond van de Dublinverordening, en de Italiaanse autoriteiten stemden in met terugname.
Eiser voerde aan dat er systeemfouten zijn in Italië, onder meer door het Salvini-decreet, die leiden tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Tevens stelde hij dat hij onterecht gedetineerd was in Italië en dat verweerder had moeten besluiten zijn aanvraag toch te behandelen op grond van discretionaire bevoegdheid.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden omdat de informatie over Italië onvoldoende concreet is om het te doorbreken. Jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigen dat de situatie in Italië niet vergelijkbaar is met de ernstige tekortkomingen in Griekenland. Het Salvini-decreet is tijdelijk en de gevolgen voor opvang en procedure zijn nog onduidelijk. De gestelde detentie van eiser is waarschijnlijk strafrechtelijk en vormt geen bijzondere omstandigheid. Verweerder heeft de discretionaire bevoegdheid terecht niet toegepast.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.