Uitspraak
Rechtbank Den haag
1.Procedure
- het exploot van dagvaarding van 31 mei, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Den Haag
Gedaagde sloot bij Palden Finance een flitskredietovereenkomst voor €200 met een kredietvergoeding van €2,30 en een vertragingsvergoeding van 13,99% per jaar. Voor de lening was een garantstelling vereist, waarbij gedaagde koos voor een commerciële garantstelling van een door Palden Finance aangedragen partij.
Palden Finance vorderde betaling van het geleende bedrag vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde voerde verweer, onder meer dat Palden Finance geen Nederlandse kredietvergunning had en dat de rente woekerachtig was. De rechtbank oordeelde dat Palden Finance een geldige vergunning in Litouwen had en dat de kredietvergoeding inclusief de kosten van de commerciële garantstelling moest worden meegeteld.
Omdat de totale kredietvergoeding inclusief garantstellingskosten de wettelijke maximum van 14% overschreed, verklaarde de rechtbank de overeenkomst nietig. Hierdoor waren alle betalingen onverschuldigd en moesten partijen teruggeven wat zij hadden ontvangen. Na verrekening van de garantstellingskosten (€150) en het geleende bedrag (€200) bleef een saldo van €50 verschuldigd door gedaagde aan Palden Finance.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van dit saldo met wettelijke rente vanaf de comparitiedatum en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De kredietovereenkomst is nietig wegens overschrijding maximale kredietvergoeding; gedaagde moet na verrekening €50 betalen met rente.