ECLI:NL:RBROT:2020:2324
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom AFM wegens niet-voldoen aan inlichtingenvordering
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan een incassobureau een last onder dwangsom op omdat het bureau niet volledig had voldaan aan een inlichtingenvordering over incassoactiviteiten namens een financiële onderneming. Het incassobureau betwistte de bevoegdheid van de AFM en stelde dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de AFM wel bevoegd was om de gevraagde inlichtingen te vorderen, omdat de incassoactiviteiten voortvloeien uit kredietovereenkomsten en onder toezicht van de AFM vallen. Hoewel de AFM voorafgaand aan het besluit niet volledig aan de hoorplicht had voldaan, was dit gebrek hersteld door het wijzigingsbesluit waarin de zienswijze van het incassobureau werd betrokken.
Het incassobureau had niet alle gevraagde informatie verstrekt, waaronder de volledige incasso-overeenkomst en een volledig overzicht van vorderingen, waardoor zij de medewerkingsplicht schond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding om de proceskosten of griffierecht te vergoeden.
De uitspraak bevestigt de toezichthoudende bevoegdheid van de AFM en benadrukt het belang van volledige medewerking aan inlichtingenvorderingen in het kader van consumentenbescherming en oneerlijke handelspraktijken.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom van AFM wordt afgewezen.