ECLI:NL:RBDHA:2018:14762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet-aangetoonde identiteit bij nareis echtgenoot Eritrea
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis van haar echtgenoot, de referent. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres geen officieel identiteitsdocument kon overleggen en de overgelegde kerkelijke huwelijksakte onvoldoende bewijs leverde voor haar identiteit en familierechtelijke relatie.
Eiseres stelde dat zij geen paspoort of geldig reisdocument bezat en dat zij niet in staat was om officiële documenten te verkrijgen. Verweerder volgde dit niet en stelde dat eiseres niet in bewijsnood verkeerde. De rechtbank bevestigde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom zij geen identiteitskaart kon overleggen, mede gelet op algemeen bekende informatie over de situatie in Eritrea en de verklaringen van de referent.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep ongegrond had verklaard. Daarnaast werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd derhalve afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit.