ECLI:NL:RVS:2018:1508
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierelatie
De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar echtgenoot, een referent met een verblijfsvergunning asiel, te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling haar identiteit en familierelatie niet met officiële documenten kon aantonen. De vreemdeling en referent stelden dat de vreemdeling in bewijsnood verkeert omdat het verkrijgen van officiële documenten in Eritrea problematisch is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris het gewijzigde beoordelingskader niet adequaat had toegepast. Dit kader vereist dat ook onofficiële documenten en verklaringen worden betrokken bij de beoordeling, zeker als sprake is van bewijsnood.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de overgelegde onofficiële documenten niet had betrokken en het besluit onvoldoende had gemotiveerd. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd.