Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 3 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 3 november 2018 op de onder rechtsoverweging 7 vermelde wijze;
- bepaalt dat verweerder, binnen een termijn van zes weken vanaf de datum van bekendmaking van deze uitspraak, in zoverre een nieuw besluit dient te nemen op eisers aanvraag;
- bepaalt dat het besluit van 3 november 2018 voor het overige in stand blijft.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,00.