Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] , eiser 1
[naam 3],
[naam 4],
[naam 5],
[naam 6]en
[naam 7]
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De reden hiervoor is dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen, aangezien zij daar eerder om internationale bescherming hebben verzocht en Polen heeft ingestemd met hun terugname.
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat eisers geen nieuwe, onderbouwde argumenten hebben aangevoerd die aanleiding geven om af te wijken van de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Eisers stelden dat er humanitaire omstandigheden zijn die een inhoudelijke behandeling rechtvaardigen, maar de rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende zijn onderbouwd.
Ook medische aspecten en de situatie in Polen, zoals opvang en rechtsbijstand, werden door verweerder gemotiveerd weerlegd. De rechtbank concludeerde dat de Poolse autoriteiten voldoende bescherming bieden en dat de bestreden besluiten niet in strijd zijn met het EVRM of de beginselen van behoorlijk bestuur.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan op 6 december 2018 door rechter Sinack.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inhoudelijke behandeling van asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.