ECLI:NL:RBDHA:2018:15057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing plaatsing senior penitentiair inrichtingswerker op grond van brief 10 september 2008
Eisers, werkzaam als medior penitentiair inrichtingswerkers (PIW’ers) bij het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg, vorderden plaatsing per 1 juni 2008 in de functie van senior PIW’er op basis van een brief van de minister van 10 september 2008. Deze brief stelde voorwaarden voor bevordering van medior naar senior functies, waaronder het feit dat de medewerker op 1 juli 2003 op een wachtlijst moest staan en geschikt moest zijn bevonden via een sollicitatieprocedure.
De minister had de aanvragen van eisers afgewezen omdat zij niet konden aantonen dat zij aan deze voorwaarden voldeden. De rechtbank oordeelde dat eisers hun aanvraag te laat hadden ingediend, namelijk pas in december 2016, terwijl de brief van 10 september 2008 alleen toepassing vond op bevorderingen per 1 juli 2008. Bovendien was de brief in 2009 ingetrokken. Ook bleek dat sommige eisers niet hadden gesolliciteerd naar senior functies of niet geschikt waren bevonden, en dat eerdere bezwaren tegen afwijzingen niet-ontvankelijk waren verklaard en in rechte vaststonden.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de plaatsing had geweigerd. Het enkele feit dat eisers dezelfde werkzaamheden als senior PIW’ers verrichtten, rechtvaardigde geen plaatsing in die functie. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering om eisers per 1 juni 2008 als senior PIW’er te plaatsen.