Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 31 augustus 2018 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast is bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en wordt hem geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) verleend. Ook wordt aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd en dient hij Nederland onmiddellijk te verlaten.
Overwegingen
- Eiser heet [naam] , is afkomstig uit Algerije en heeft de Algerijnse nationaliteit;
- Eiser wordt in Algerije bedreigd omdat hij zich in het jaar 2005 met zijn buurmeisje heeft verloofd.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 751,50.