ECLI:NL:RBDHA:2018:15368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake schorsende werking terugkeerbesluit
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestreden besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin de aanvraag van verzoeker tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker stelde dat de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit ten onrechte niet waren opgeschort en verwees naar het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank oordeelde echter dat uit dit arrest volgt dat een terugkeerbesluit van rechtswege schorsende werking heeft gedurende de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel en zolang daarop niet is beslist.
Omdat het bestreden besluit tevens een terugkeerbesluit is, betekende dit dat verzoeker geen voorlopige voorziening hoefde te vragen. Daarom werd het verzoek afgewezen. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €501,-.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het terugkeerbesluit van rechtswege schorsende werking heeft.