ECLI:NL:RBDHA:2018:15528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis Eritrese pleegkinderen wegens onvoldoende bewijs familierelatie
Eisers, vijf Eritrese pleegkinderen, hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, binnen drie maanden na verlening van een verblijfsvergunning aan hun pleegmoeder (referente). De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvragen af omdat de identiteit van eisers en hun familierechtelijke relatie met de pleegmoeder niet aannemelijk was gemaakt.
Eisers maakten bezwaar en stelden dat verweerder de nieuwe gedragslijn voor nareiszaken niet correct toepaste, met name dat de door hen overgelegde schoolpassen en schoolrapporten als bewijs niet voldoende werden meegewogen. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat er geen verschoonbare reden was voor het ontbreken van officiële geboorte- en overlijdensaktes, waardoor niet vaststaat wie de biologische ouders zijn en of de pleegmoeder het pleegouderschap bezit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht bewijsnood aannam en dat de nieuwe gedragslijn correct is toegepast. Eisers konden niet aannemelijk maken dat het verkrijgen van overlijdensaktes onmogelijk was. Ook de stelling dat de pleegmoeder automatisch voogd zou zijn volgens het Eritrese Burgerlijk Wetboek werd niet onderbouwd. Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs is de familierechtelijke relatie niet aannemelijk gemaakt, waardoor de aanvragen terecht zijn afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvragen voor machtiging tot voorlopig verblijf nareis is ongegrond verklaard.