ECLI:NL:RBDHA:2018:15714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het besluit van de staatssecretaris om een verblijfsdocument EUEER te verstrekken, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en beoordeelde of sprake was van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank oordeelde dat het toegekende verblijfsrecht van rechtswege is ontstaan en losstaat van de asielprocedure en de afwijzing van de asielaanvraag.
Daarom is geen sprake van een tegemoetkomen in de zin van de Awb en is het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Ook het beroep op een eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem faalde omdat die uitspraak betrekking had op een andere juridische grondslag.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af en maakte dit besluit openbaar bekend op 28 december 2018.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het toegekende verblijfsrecht losstaat van de afwijzing van de asielaanvraag.