ECLI:NL:RBDHA:2018:15830
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens niet-aangetoonde identiteit
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, vroeg op 3 mei 2016 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis. Deze aanvraag werd op 11 juli 2017 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiseres haar identiteit en familierechtelijke relatie met de referent niet kon aantonen. Eiseres had geen officiële identiteitsdocumenten overgelegd en verweerder vond haar verklaringen over het ontbreken van deze documenten onvoldoende.
Eiseres stelde dat financiële beperkingen en het meenemen van haar documenten door militairen in december 2016 de reden waren voor het ontbreken van officiële documenten. Verweerder achtte deze verklaringen vaag en onvoldoende onderbouwd. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres in bewijsnood verkeerde of dat zij zich zonder documenten kon handhaven in Eritrea.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen officiële of indicatieve documenten had overgelegd die haar identiteit konden bevestigen. Het nieuwe beoordelingskader voor nareisaanvragen vereist het aantonen van identiteit met officiële documenten, en bij het ontbreken daarvan een aannemelijke verklaring. Dit was niet het geval. De gestelde gezinsband hoefde daarom niet verder te worden besproken.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het redelijk was om af te zien van een hoorzitting gezien de motivering van het besluit en de bezwaren van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het niet aantonen van de identiteit van eiseres.