ECLI:NL:RBDHA:2018:15831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs gezinsband Eritrese nareis
Eiseres, een Eritrese minderjarige, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als kind van een asielgerechtigde referent. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de biologische dochter was van de referent en de familierechtelijke gezinsband onvoldoende was aangetoond.
De rechtbank oordeelt dat de tardief opgemaakte geboorteakte onvoldoende bewijs vormt, mede omdat het onderliggende brondocument niet is overgelegd en de verklaringen over het brondocument inconsistent zijn. Ook is niet aangetoond dat eiseres volgens het Eritrees burgerlijk wetboek aan de referent is toegekend. De feitelijke gezinsband en het ontbreken van een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder zijn niet verder besproken omdat de gezinsband niet is aangetoond.
De rechtbank volgt de nieuwe gedragslijn van verweerder die ook andere bewijsmiddelen betrekt, maar acht deze in deze zaak niet doorslaggevend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de gezinsband.