Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, en haar minderjarige kinderen hebben langdurig in Nederland verbleven met verschillende tijdelijke verblijfsvergunningen. Na een verblijfsgat van 9 september 2017 tot 26 februari 2018 werden hun aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd afgewezen door verweerder.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de vereiste onafgebroken vijfjarige verblijfsperiode op basis van een niet-tijdelijke verblijfsvergunning, zoals vereist in artikel 21 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Ook het bezwaar tegen de afwijzing wordt ongegrond verklaard, mede omdat verweerder niet verplicht was te wachten op uitkomsten van hoger beroep.
Verder wordt geoordeeld dat de nationale regeling in artikel 21 Vw Pro 2000 niet in strijd is met artikel 13 van Pro Richtlijn 2003/109/EG. De stelling dat eiseres ten onrechte niet is gehoord in bezwaar wordt verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het verblijfsgat en niet voldoen aan wettelijke voorwaarden.