ECLI:NL:RBDHA:2018:7898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verblijfsvergunning niet met ingang van aanvraagdatum verleend wegens verblijfsgat en onvolledige aanvraag
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan voor de functie van wijkverpleegkundige. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen op basis van een negatief individueel arbeidsmarktadvies van het UWV. Na bezwaar werd het bezwaar gegrond verklaard en de vergunning verleend met ingang van 26 februari 2018, waardoor een verblijfsgat ontstond.
Eiseres stelde dat de vergunning met ingang van de aanvraagdatum (5 september 2017) had moeten worden verleend, omdat het UWV ten onrechte negatief had geadviseerd. De rechtbank oordeelde dat het UWV de werkgever (referente) meerdere malen had gevraagd om aanvullende informatie en bewijsstukken, maar dat deze niet tijdig waren aangeleverd. De vakantie van de contactpersoon bij de werkgever viel onder het eigen risico van eiseres.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de vergunning terecht niet met terugwerkende kracht had verleend. De aanvraag was onvoldoende onderbouwd en de werkgever had de gelegenheid tot herstel niet benut. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning is terecht pas met ingang van 26 februari 2018 verleend.