ECLI:NL:RBDHA:2018:16311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in strijd met artikel 13 Besluit 1/80
Eiseres, van Turkse nationaliteit en gehuwd met een in Nederland werkende Turkse werknemer, kreeg een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar echtgenoot. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in vanwege verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland en het niet voldoen aan het verblijfsdoel. Eiseres betoogde dat zij rechten ontleent aan Besluit 1/80 en dat intrekking met terugwerkende kracht een nieuwe beperking vormt die verboden is op grond van artikel 13 van Pro dat besluit.
De rechtbank overwoog dat de echtgenoot onder de reikwijdte van artikel 13 valt Pro en dat eiseres als echtgenote ook rechten aan dit artikel kan ontlenen, ongeacht haar rechtmatig verblijf. De rechtbank volgde de jurisprudentie van het HvJEU en eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat intrekking met terugwerkende kracht een nieuwe beperking is en derhalve niet is toegestaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de intrekking met terugwerkende kracht betreft en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak wordt niet finaal beslecht vanwege de lopende verlengingsaanvraag.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking met terugwerkende kracht van de verblijfsvergunning en beveelt een nieuw besluit zonder deze intrekking.