Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
4.Bewijsoverwegingen
sub 6Sr. De Hoge Raad heeft beslist dat het opzet gericht dient te zijn op zowel het voordeel trekken als op de uitbuiting van een ander. [1] Het gaat daarbij niet om opzet in de betekenis van de algemene vorm van opzet waarbij de voordeeltrekker de uitbuitingssituatie heeft gewild en daartoe zelf actief het initiatief heeft genomen, maar om opzet in de betekenis van de bijzondere opzetvorm ‘wetende dat’. Daaronder valt zowel het weten (opzet), als de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat sprake is van uitbuiting (voorwaardelijk opzet). De voordeeltrekker kan, maar hoeft niet een ander te zijn dan degene die de uitbuitingssituatie heeft gecreëerd.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De inbeslaggenomen goederen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
6 (ZES) MAANDEN;
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;
120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;
[Woonruimte slachtoffers] te Den Haag
.
2.’ [Woonruimte slachtoffers] te Den Haag
3.[Woonruimte slachtoffers] te Den Haag
4.[Woonruimte slachtoffers] te Den Haag
.
?
5.[Woonruimte slachtoffers] te Den Haag
6.[Woonruimte slachtoffers] te Den Haag
.
: