ECLI:NL:RBDHA:2018:2045
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken alimentatieverplichting voor persoonsgebonden aftrek
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2014, waarbij zij een persoonsgebonden aftrek opvoerde wegens een vermeende alimentatieverplichting jegens haar ex-partner.
De rechtbank heeft onderzocht of deze alimentatieverplichting bestond, mede aan de hand van de overeenkomst tot beëindiging van het geregistreerd partnerschap en een beschikking van de rechtbank Rotterdam. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat eiseres een dergelijke verplichting had, met name voor het betalen van hypotheeklasten.
De aangevoerde jurisprudentie door eiseres werd niet van toepassing geacht omdat de feiten onvoldoende vergelijkbaar waren. Ook werd geen aanleiding gezien om een getuige op te roepen.
De rechtbank concludeerde dat de inspecteur de persoonsgebonden aftrek terecht buiten beschouwing had gelaten en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard omdat geen alimentatieverplichting is vastgesteld.