ECLI:NL:RBDHA:2018:2324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens gefingeerd dienstverband
Eiseres, afkomstig uit Marokko en gehuwd met referent, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar echtgenoot te kunnen verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het dienstverband van referent bij een bedrijf vermoedelijk gefingeerd was, waardoor het inkomen niet als voldoende kon worden beschouwd.
Eiseres betwistte dit en stelde dat het dienstverband reëel was en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, onder meer omdat zij niet gehoord zou zijn en geen gelegenheid had gekregen om nadere gronden in te dienen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende gemotiveerd had waarom het dienstverband als gefingeerd werd beschouwd, onderbouwd met tegenstrijdige verklaringen, ontbrekende bewijsstukken en een rapport van de Inspectie SZW.
De rechtbank vond dat de vermoedens van een gefingeerd dienstverband voldoende waren en dat eiseres onvoldoende gegevens had verstrekt om deze te weerleggen. Ook was er geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of de hoorplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege een vermoedelijk gefingeerd dienstverband.