ECLI:NL:RBDHA:2018:2347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nareisaanvraag wegens niet-tijdige indiening binnen driemaandentermijn
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af te wijzen omdat de aanvraag niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel was ingediend.
De rechtbank stelt vast dat de termijnoverschrijding van ruim een jaar niet verschoonbaar is. Referent, die de aanvraag namens eisers indiende, verbleef gedurende de termijn in Nederland en kon een advocaat of belangenbehartiger inschakelen. Zijn verklaring dat een medewerkster van VluchtelingenWerk niets had ondernomen, werd niet ondersteund door stukken.
De rechtbank oordeelt dat de driemaandentermijn in overeenstemming is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en dat er geen aanleiding is om vooruit te lopen op de prejudiciële vragen die hierover aan het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn gesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de nareisaanvraag wegens niet-tijdige indiening is ongegrond verklaard.