ECLI:NL:RBDHA:2018:2718
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Geen recht op teruggaaf BPM bij directe export naar Albanië zonder duurzaam gebruik in EU/EER-land
Eiseres stelde een personenauto op haar naam in Nederland en beëindigde de registratie kort daarna. De auto werd vervolgens in Duitsland geregistreerd met een regulier kentekenbewijs, waarna een aan eiseres gelieerde vennootschap het voertuig verkocht aan een inwoner van Albanië. Deze bracht het voertuig rechtstreeks vanuit Nederland naar Albanië. Eiseres verzocht om teruggaaf van BPM op grond van artikel 14a, eerste lid, Wet BPM, maar de inspecteur wees dit af.
De rechtbank oordeelde dat artikel 14a, eerste lid, Wet BPM vereist dat het voertuig feitelijk buiten Nederland wordt gebracht naar het EU/EER-land waar het kentekenbewijs is afgegeven. Omdat het voertuig niet naar Duitsland, maar rechtstreeks naar Albanië is geëxporteerd, voldoet eiseres niet aan deze voorwaarde en heeft zij geen recht op teruggaaf BPM.
De stelling van de inspecteur dat sprake is van een schijnhandeling of fraus legis werd niet inhoudelijk behandeld omdat de rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden niet was voldaan. De rechtbank wees het beroep af en kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat de auto niet duurzaam in het EU/EER-land is gebruikt en direct naar Albanië is geëxporteerd.