ECLI:NL:RBDHA:2018:2838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, een alleenstaande man van Egyptische nationaliteit, diende op 14 december 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder in Duitsland een verzoek om internationale bescherming had gedaan.
Eiser vreesde in Duitsland een openstaande gevangenisstraf te moeten uitzitten en uitgezet te worden naar Egypte. De staatssecretaris zag hierin geen reden om de behandeling van de aanvraag aan zich te trekken, aangezien dit de verantwoordelijkheid van Duitsland niet beïnvloedt. De rechtbank nam daarbij mee dat Duitsland zijn internationale verplichtingen zal naleven conform de communautaire asielrichtlijnen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom het beroep ongegrond moest worden verklaard. De gronden van het beroep vormden slechts een herhaling van eerdere stellingen zonder nieuwe onderbouwing. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard.