ECLI:NL:RBDHA:2018:2930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs discriminatie in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege de onthoofding van zijn vader door IS, brandstichting van het ouderlijk huis, mishandeling van zijn moeder en ontvoering van zijn zussen moest vluchten. Daarnaast stelde hij dat hij als sjiitische Pashtun religieuze discriminatie ondervindt en vreest voor vervolging.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, onder meer omdat eiser zijn verhaal baseerde op geruchten, geen concrete data kon geven en het verhaal sterk overeenkwam met dat van andere asielzoekers uit dezelfde regio. Ook ontbrak objectieve bevestiging van de gebeurtenissen. De rechtbank vond de verklaringen over discriminatie onvoldoende onderbouwd en achtte de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet uitzonderlijk.
De rechtbank sloot zich aan bij eerdere uitspraken dat de situatie in Afghanistan zorgelijk is, maar niet zodanig dat dit tot toelating leidt. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs voor discriminatie en vervolging.