ECLI:NL:RBDHA:2018:2967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding openstaande fraudevordering gemeente Gouda
Eiser verzocht de gemeente Gouda om kwijtschelding van een openstaande fraudevordering die is ontstaan bij een terugvorderingsbesluit uit 2006. De gemeente wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de beleidsregel dat minimaal 120 termijnen moesten zijn afgelost, terwijl hij slechts 88 termijnen had voldaan.
Eiser voerde aan dat de gemeente ten onrechte aflossingen had toegerekend aan andere vorderingen en dat verrekening onjuist was toegepast. De gemeente stelde dat het beleid voorschrijft dat eerst wordt afgelost op de oudste schuld, tenzij een vordering betrekking heeft op het lopende kalenderjaar, en dat eiser de volgorde niet had gewijzigd.
De rechtbank oordeelde dat het gemeentelijk beleid voldoende kenbaar was en niet onredelijk. De rechtbank vond dat de gemeente terecht had gehandeld om brutering van vorderingen te voorkomen en dat eiser onvoldoende had aangetoond dat bijzondere omstandigheden bestonden om af te wijken van het beleid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de gemeente om de kwijtschelding te weigeren bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van de openstaande fraudevordering is ongegrond verklaard.