Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2018 in de zaak tussen
[persoon 1], [vereniging X] en
het college van burgemeester en wethouders van Teylingen, verweerder,
[vereniging Y], te [plaats], belanghebbende.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de aanleg van een skeelerbaan op een perceel te Teylingen. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat de aanleg omgevingsvergunningsvrij zou zijn. Eisers betwistten dit en voerden aan dat een vergunning wel vereist is vanwege werkzaamheden in een gebied met archeologische waarde, de aard van de skeelerbaan als bouwwerk en strijdig planologisch gebruik.
De rechtbank oordeelt dat de oppervlakte van de werkzaamheden binnen het archeologische gebied minder dan 100 m2 bedraagt, waardoor de uitzonderingsregels van het bestemmingsplan van toepassing zijn en geen vergunningplicht ontstaat. Verder wordt de skeelerbaan niet als bouwwerk aangemerkt omdat het een verharding betreft zonder opsluitbanden, en het gebruik van de gronden valt onder de bestemming 'Sport' waarvoor een skeelerbaan als sportvoorziening geldt.
De rechtbank verklaart het beroep van twee eisers niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bezwaar, en verklaart het beroep van de overige eisers ongegrond. De aanleg van de skeelerbaan is omgevingsvergunningsvrij en in overeenstemming met het bestemmingsplan en de Wabo.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk dan wel ongegrond en bevestigt dat geen omgevingsvergunning vereist is voor de aanleg van de skeelerbaan.