Uitspraak
1.De procedure
mr. A.D. Hoogenboom zijn eveneens ter terechtzitting verschenen en gehoord.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden waarbij zij aan schuldeisers een uitkering van 3,98% van hun vorderingen bood, met finale kwijting van het restant. Verweerster, schuldeiser met 82% van de schuld, weigerde in te stemmen vanwege een onbetaalde boete uit een niet nagekomen koopovereenkomst en het gebrek aan vertrouwen in verzoeksters financiële situatie.
De rechtbank overwoog dat een dwangakkoord slechts kan worden opgelegd indien de weigering van de schuldeiser onredelijk is. Hierbij spelen factoren zoals de betrouwbaarheid van het voorstel, het uitzicht op faillissement, en het belang van de schuldeiser mee. Verzoekster kon niet garanderen dat zij de komende jaren in Nederland zou verblijven, wat onzekerheid schept over nakoming.
Daarnaast was niet vastgesteld dat het aanbod het uiterste was waartoe verzoekster financieel in staat is, mede omdat zij parttime werkt maar zelf verklaarde fulltime te kunnen werken. Verweerster hoefde niet akkoord te gaan met een regeling die niet het maximaal haalbare weerspiegelt. Gezien de aard van de vordering en de verstoorde relatie was de weigering van verweerster redelijk.
De rechtbank wees het verzoek om dwangakkoord af en zal het subsidiaire verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afzonderlijk beoordelen.
Uitkomst: Het verzoek om dwangakkoord wordt afgewezen omdat de schuldeiser in redelijkheid mocht weigeren en het aanbod niet het uiterste is.