ECLI:NL:RBDHA:2018:3424
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing uitstel van vertrek minderjarige met PTSS
Verzoeker, een minderjarige van Afghaanse nationaliteit, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro vanwege zijn posttraumatische stressstoornis (PTSS) en depressie. Dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en stelde vast dat het Bureau Medische Advisering (BMA) had geadviseerd dat adequate psychiatrische behandelingen in Kabul beschikbaar zijn, maar dat mantelzorg en voogdij ter plaatse onduidelijk bleven. Verzoeker kon onvoldoende aantonen dat hij zonder adequate opvang en begeleiding in Kabul zou zijn.
De rechter oordeelde echter dat verzoeker de gelegenheid moet krijgen om nader onderzoek te doen naar de behandelmogelijkheden en opvang in Kabul, en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft toegelicht hoe de overdracht aan een voogd zou plaatsvinden. Gezien het belang van verzoeker werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, zodat verzoeker niet uitgezet wordt.
Daarnaast werd verzoeker vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht en werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van €1.002,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar, waardoor verzoeker niet wordt uitgezet.