ECLI:NL:RBDHA:2018:35
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake afwijzing Wbp-verzoek over fiscale gegevens
Eiser, Ultimate Beneficial Owner van een investeringsmaatschappij, verzocht op grond van artikel 35 Wbp Pro om inzage in persoonsgegevens over zijn vermeende buitenlandse vermogen en gegevens die ten grondslag liggen aan een onderzoek naar zijn fiscale woonplaats. Verweerder wees dit verzoek af vanwege gewichtige economische en fiscale belangen van de staat en het toezicht op belastingheffing.
Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank overwoog dat partijen verdeeld waren over de woonplaats van eiser, maar besloot het beroep inhoudelijk te behandelen vanwege het belang van een spoedige geschilbeslechting. Uit jurisprudentie volgt dat betrokkenen recht hebben op inzage in hun persoonsgegevens, maar niet in stukken waarin deze zijn opgenomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser en verweerder verwikkeld zijn in fiscale procedures waarin dezelfde stukken worden gevraagd. Eiser gebruikte het Wbp-verzoek om deze stukken te verkrijgen, die in de fiscale procedures geweigerd zijn. Dit gebruik van het Wbp-verzoek is een misbruik van bevoegdheid. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, zonder inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid bij het Wbp-verzoek.