ECLI:NL:RVS:2018:3873
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inzage persoonsgegevens in fiscale procedure
Appellant verzocht de staatssecretaris van Financiën om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens in het kader van fiscale procedures. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van artikel 43 Wbp Pro vanwege gewichtige economische en fiscale belangen van de staat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens vermeend misbruik van recht, omdat appellant gegevens van geheime stukken opvroeg met een ander doel dan waarvoor de Wbp is bedoeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat dit oordeel onjuist is en dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gegevens wil controleren op juistheid.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gaat om het verzoek tot verwijdering van gegevens, en ongegrond voor het overige. De staatssecretaris hoeft niet tot inzage te overgaan omdat de belangen van de staat zwaarder wegen. De proceskosten worden niet integraal vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, met gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring en gedeeltelijke ongegrondverklaring van het beroep.